Welkom!

               Thema oude ambachten en beroepen.
 

Een schoolbord met krijtjes, het tv-programma Peppi en Kokki en snacks en sigaretten op dezelfde tafel. Elke generatie heeft zijn eigen rages, speelgoed en televisieprogramma’s. Dingen die voor jou geheel vanzelfsprekend waren, zal je kleinkind nooit kennen. Zo stonden er vroeger de snacks en sigaretten in bakjes naast elkaar op tafel en maakte je hart een sprongetje als de melkboer je een fles gaf met een gele dop gaf. Dit zijn dingen die echt typisch vroeger zijn! Herken jij ze nog?
Mis je de tijd van vroeger, de gemoedelijkheid en gezelligheid?
Hier zie je er weer wat van terug.
De eerste wasmachine, de eerste auto.
Muziek die je leuk vond en die je nu vandaag de dag niet meer hoort.
Je favoriete series van vroeger, de tweede wereldoorlog en veel meer..
De club wordt steeds aangevuld met plaatjes, video`s en beschrijvingen.

Kom er gezellig bij. Hier geen verplichtingen.
Je bent direct lid. Doe je mee in het forum, dan kan je sterlid worden als beloning.

Er komen steeds verschillende thema`s aan bod.

De beheersters van de club zijn: Mystic, Thelma, Molen.

Verdwenen ambachten: De Marskramer

Hoeden, petten en dameskorsetten: De Marskramer verkocht alles.

Foto: HH/Archief Spaarnestad 1936

Hoeveel zolen zal hij wel niet hebben versleten… Met een korf op zijn rug ging hij in de zomer kermissen en markten af. Huis-aan-huis verkoop? Ook geen probleem bij deze ondernemende zzp’er. 

Even iets thuis laten bezorgen? 96 procent van de Nederlanders shopte vorig jaar online, in totaal voor maar liefst 23,7 miljard euro. Lekker makkelijk en je hoeft de deur niet uit. Maar wist je dat er al tijdens de Middeleeuwen aan huis werd bezorgd?

Veel in zijn mars
Natuurlijk niet via de digitale snelweg. Destijds kwam de marskramer aan huis. Een kleine zelfstandige die vaak geen geld had voor een eigen winkel. Dus werd de handelswaar in een korf op de rug gebonden en was het lopen geblazen: huis-aan-huis, naar markten of kermissen. Die korf werd ook wel een ‘mars’ genoemd. Dat verklaart meteen het gezegde ‘veel in zijn mars hebben’. Of hij had een bak op de buik, zoals op deze foto uit 1936.

Makkelijk aanbod
Nieuwsgierig lopen de kinderen van het Brabantse dorpje Heike met de man mee, die voornamelijk messen in zijn bak heeft. Uiteraard kon je niet alles bij een marskramer kopen. Het aanbod bestond vooral uit makkelijk te vervoeren spullen, zoals tassen, textiel, messen, korsetten, brillen, hoeden en kruidenierswaren.

Zwerver of zondaar
Het klinkt misschien romantisch om als vrije ondernemer je eigen pad te bewandelen, maar marskramers waren lange tijd vooral mensen die buiten de samenleving stonden. Ze werden tot dezelfde categorie gerekend als zwervers en landlopers of werden zelfs als zondaar gezien. En dat is niet handig als je je spullen aan de man wilt brengen.

Succesvolle marskramers
Toch is het sommige marskramers heel goed vergaan. Zoals de broers Clemens en August Brenninkmeijer, die de kledingwinkel C&A hebben opgericht, en de familie Sinkel, die de Winkel van Sinkel is begonnen. Maar met een korf op de rug de huizen langs? Dat zie je ze nu toch echt niet meer doen.

VERDWENEN BEROEP: DE KLOMPENMAKER

Verdwenen beroepen –Nederland is klompenland. Althans, die gedachte leeft onder veel buitenlandse toeristen. Vanaf de middeleeuwen tot de twintigste eeuw was klompenmaker een populair beroep, terwijl klompenmakers anno 2017 haast alleen nog op jaarmarkten en braderieën te zien zijn. Hoe is dit beroep een stille dood gestorven?

Het ambt klompenmaker stamt uit de middeleeuwen. Net als veel andere beroepen verenigden klompenmakers zich in gilden. Waarschijnlijk werden in 1429 in een klompenmakersgilde in Leiden de eerste klompen gemaakt. 

Klompen worden populairder

Klompen werden meestal gemaakt van wilgenhout of populierenhout. Een klompenmaker sneed een blok hout en holde het vervolgens uit. Arbeiders en boeren uit grote delen van Europa droegen vanaf de zestiende eeuw de klomp aan hun voet. Tot de twintigste eeuw beleefden klompenmakers gouden tijden. Het was eerder regel dan uitzondering dat een Nederlands dorp een eigen klompenmakerij had.

Opkomende schoenenindustrie

Klompenmakers bekeken met argusogen naar de schoenenindustrie, die na 1890 sterk opkwam. De leren schoen werd een goedkoop massaproduct met als gevolg dat klompenindustrie in een dip belandde. Tijdens de Eerste Wereldoorlog beleefden klompenmakers weer een bloeiperiode, omdat er een schaarste was aan grondstoffen voor schoenen. De hoogtijdagen van klompenmakers strekten zich uit tot na de Tweede Wereldoorlog.

Klompenmakers anno 2017

Anno 2017 telt Nederland nog slechts vijftien klompenmakers. Ter vergelijking: in 1949 telde Nederland nog meer dan 1200 klompenmakerijen. Ook in andere Europese landen heeft het klompenmakerambt het erg zwaar. België, dat lange tijd gold als een populair klompenland, telt er nog maar vier.

Een porder was iemand die, voor de komst van wekkers, 's morgens langs de deuren ging om mensen te wekken. Dit gebeurde meestal doordat de porder met zijn stok op de deur of tegen het slaapkamerraam tikte. Met name in de steden kon men in vroeger tijden veel porders vinden.

Het verdwenen beroep van porder

De porder slaat met een stok op de deur.

Afb. boven: Ome Jan, de porder slaat met een stok op de deur. Het is tijd om op te staan.

Elke ochtend, of het nu winter of zomer is, loopt tussen vijf en zes uur een oude man door de straten van de oude stadswijk. Hij heeft een korte dikke knuppel bij zich. In de donkere winterochtenden is hij tevens voorzien van een lantaarn.

Voordat hij de straat op gaat heeft hij zijn ‘klantenlijst’ bestudeerd. Hij loopt van huis tot huis, heft zijn knuppel op en slaat daarmee driemaal tegen de houten huisdeuren. Luid klinkt het door de verlaten straten en nog luider dreunt het door de slapende huizen.

Na het slaan, het zogenaamde porren, wacht de porder nog een ogenblik, totdat een slaperig gezicht voor het raam verschijnt. Dit is voor hem het bewijs dat zijn kloppen het gewenste resultaat heeft opgeleverd.

De porder moet soms een lange stok gebruiken om bij het slaapkamerraam te komen.

Afb. boven: De porder moet soms een lange stok gebruiken om bij het slaapkamerraam te  komen.

Een wederzijdse hoofdknik en dan trekt de man met de knuppel weer verder naar zijn volgende klant om deze uit bed te kloppen. In de zomer is het aangenaam werk, maar ‘s winters als het streng vriest en er een laag sneeuw ligt is het geen fraai beroep.

We hebben het over het beroep van porder in een tijd, waarin men nog geen idee heeft van techniek en mechaniek. In plaats van een wekker heeft men in die tijd een porder nodig om op tijd op te staan, want ook vroeger is men al bang om zich te verslapen.

In lang vervlogen tijden is het beroep van porder nogal winstgevend. Ieder huizenblok in elke Nederlandse stad heeft zijn eigen porder. Hij heeft ongeveer zeventig tot honderd klanten, die per week een vergoeding van zeven cent betalen. Net voor het begin van de Tweede Wereldoorlog zijn er in Amsterdam nog drie porders te vinden. Het porren kost dan twintig cent per week.

Bij gebrek aan een porder wordt ook wel gebruik gemaakt van de dorps- of stadsomroeper.

Afb. boven: Bij gebrek aan een porder wordt ook wel gebruik gemaakt van de dorps- of stadsomroeper.

De klantenkring is later niet groot meer en houdt bij dertig wel op. Het zijn meestal oude havenarbeiders of ambachtslieden, die van jongs af geen andere manier van wakker worden hebben gekend en die nog wat wantrouwig staan tegenover een nieuwerwetse wekker.

Het beroep van porder gaat vaak over van vader op zoon. Het is in zekere zin een vertrouwenspositie. Het grootste probleem van zo’n menselijke wekker is natuurlijk hoe hij zelf ‘s morgens wakker moet worden...

Soms heeft een dorp of een stad geen porder beschikbaar. Dan kan de dorps- of stadsomroeper worden ingezet. Nadeel is dat je in dat beroep dan soms overdag én 'snachts moet werken. Voor de portemonnee is dat nooit geen probleem, maar voor de porder/omroeper wil dat nog wel eens voor enige vermoeidheid zorgen. Bovendien maakt de omroeper niet alleen de persoon in kwestie wakker, maar vaak de hele buurt.

Heel vroeger laten de porders zichzelf weer wekken door een andere porder. In de laatste jaren van hun bestaan zijn daarvoor geen collega’s meer te vinden en moeten ze noodgedwongen gebruik maken van een wekker. Maar de uitvinding van de wekker maakt definitief een einde gemaakt aan het bedrijf van porder.

ULFT - Nougat, druipkaarsen, speelgoed. Lesley Klaassen en Ivor Helmink zijn op zoek naar retroproducten. 'Producten uit grootmoeders tijd die wij in onze winkel kunnen verkopen', zegt Lesley. Het paar opende een paar weken geleden in Bontebrug, een buurtschap bij Ulft, een ouderwetse kruidenierswinkel.

'Nostalgisch snoepgoed, zeep, koffie, worst, dat hebben we al in ons assortiment, maar we willen meer.' 

Het was voor Lesley al een heel karwei om de spullen die ze nu verkopen, te vinden. 'Je zoekt toch op internet, gaat naar beurzen, belt met bedrijven van destijds... als ze nog bestaan. Maar het is best moeilijk om echt spullen voor onze winkel te vinden.'

Net als oma vroeger

Ivor en Lesley hebben de winkel precies zo ingericht als dertig jaar geleden. De familie Helmink begon de kruidenierswinkel voor de oorlog. Ivor is de derde generatie. Omdat het zo'n dertig jaar geleden steeds minder goed ging met kruidenierswinkels, sloot ook deze winkel. Lesley en Ivor blazen de winkel nu nieuw leven in. 

'Er is heel veel bewaard gebleven', zegt Ivor. 'En dat hebben we nu allemaal in onze winkel geplaatst. De winkel aan de Bontebrugstraat is niet alleen een winkel. 'Nee, de koffie zou ik niet meer gebruiken en ook deze pruimtabak niet', zegt Ivor.

De winkel is ook deels een museum. 'Gewoon voor mensen die het gevoel van vroeger weer willen ervaren', vertelt Lesley terwijl ze drop uit een glazen pot schept en in een papieren zakje stopt.

Foto: familie Helmink: Roel Kleinpenning Foto

Nostalgisch gevoel

'Kijk de portemonnee van vroeger ligt hier nog. En we hebben ook nog een heel oud boekje liggen waarin precies in staat wat mensen hebben gekocht. Dat werd dan later betaald. Nu zou dat echt niet meer kunnen'. Er komen deze middag verschillende klanten in de winkel die allemaal een oe- en oh-gevoel uitstralen.

Dit is echt nostalgisch, zo ging je vroeger ook naar de winkel, zegt één van de klanten die retrozeep koopt. 'Toen was er in de winkel ook gewoon één persoon die je hielp en waar je een praatje mee kon maken, dat mis je nu.'

Snoepjes proeven

Ook de buurkinderen komen geregeld even shoppen. 'Ik moet nu thee voor mijn moeder halen', zegt Kay. Maar hij vindt de snoepjes uit grootmoeders tijd ook heel erg lekker. Net als een paar kleine kinderen die met hun fietsje voor de winkel spelen. 'Wij komen best vaak snoepjes proeven', zegt één van hen.

Verdwenen winkels in Nederland na de oorlog.


Verdwenen beroepen !!!


1939 vuilnisman

1939: De helden van de Stadsreiniging te Amsterdam

De dienstmeisjes van Amsterdam


1950 Voddenman.

Statistieken

moment..

Melk kwam van de melkboer. In de jaren zestig en zeventig reden er bij ons in de wijk meerdere keren per week elektrokarretjes van de plaatselijke melkfabriek, de Ormet. (?)De melkboer verkocht flessen melk die in zwarte kratten op dak van het wagentje stonden. En als hij de brink opreed luidde hij een bel.  Kopen ging op de pof. Aan het eind van de week, of maand, betaalde je je uitstaande rekening. Lege flessen nam hij weer in. Mijn moeder had daar een speciaal mandje voor.
Later is van dit concept de SRV-man ontstaan.
 

Melkfabriek aan de Raiffeisenstraat in Enschede. Met de genoemde melkwagens.
Foto We Love Enschede

De bakker kwam ook aan huis. In een Volswagenbusje. Een hele aardige man met een blauw jasje aan. En werkschoenen weet ik nog. Hij bezorgde het toen nog razend populaire KingCorn brood. Ik denk een mengeling van het niet zo lekkere bruinbrood en het ongezondere witbrood. Melkbrood heette het volgens mij. En bekend geworden van de reclame over een jongetje dat verkondigde "bij Japie te gaan wonen, want daar hadden ze King Corn." Het was verpakt in een papieren verpakking en de bakker brak het voor je ogen doormidden, want mijn moeder bestelde altijd een halfje.

Er staat me ook nog iets bij van de groentenboer aan huis die in een vrachtwagentje met huif zijn waren sleet. Een Hanomag Henschel. Dat weet ik nog weer wel. Erg Duits klinkt dat. En er was ook een eierboer. Ook in een Volkswagenbusje. Als kind begreep ik al niet waar die man van leefde, want van die paar eieren zou hij toch nooit rijk kunnen worden.
En er was een schillenboer. Op een bakfiets volgens mij. Maar het kan zijn dat ik de schillenboer en de lompenboer door elkaar haal.  Dat zoek ik nog wel een keer uit.
Een andere keer.

1970 Scharensliep_kar-Middelharnis

Vrouwelijke politie 1955 amsterdam.

Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan:


Aanbevelingen door leden:

t-h-e-l-m-a starstarstarstarstar

Dit is een superleuke club voor mensen die van vintage en nostalgie houden.